Lief kippetje van me,
Er was een tijd dat ik je om op te eten vond. Ik dacht dat jouw offer de ultieme daad van liefde was – of eigenlijk dacht ik dat niet eens, maar wist ik eenvoudigweg niet hoezeer jij deze verstikkende intimiteit als bedreigend ervoer. Je ultieme vermogen tot aanpassing zorgde er immers voor dat ik je nauwelijks terugherkende wanneer ik je in stukjes op de keukentafel aantrof. Wist ik veel, ik was nog jong – ja, soms is dat werkelijk een excuus.
Twaalf jaar lang heb ik jou niet gezien voor wie je was. In de twaalf jaren die daarop volgden, heb ik geleerd jouw persoonlijke handleiding te ontrafelen. Zo weet ik inmiddels dat jij in geen geval het type bent dat iedere avond vurig wenst te beleven. Jij hebt geen behoefte aan de, vaak gratis bijgeleverde, massage van olijfolie met rozemarijn. Jouw huidje wordt daar dan misschien zo lekker zacht en soepel van, maar in wezen ben jij liever een taaie. Jij houdt er niet van als je zo dicht op de huid gezeten wordt.
Nee, afstand past jou beter. Hoewel het zeker niet saai is wanneer je jou met je mede-chickies in een bizar kleine ruimte laat, laat ik me er niet door foppen! Jouw gekakel, lief kippetje, is niets anders dan een wanhoopspoging om het onvermijdelijke uit te stellen. Geen haar op jouw kippige hoofd die er aan denkt om je willoos te laten slachtofferen, om vervolgens onherkenbaar in de schappen te belanden als ware je niet meer dan een lekker ding. Hoe oppervlakkig! Je bent een individu, een vrije vogel zoals je wilt. Ook jij hebt je rechten, je behoefte aan ruimte om jezelf te kunnen ontplooien! Juist voor zo’n kipje als jij is persoonlijke ontwikkeling van levensbelang. Power to the chickies!
Ik begrijp je. Meer dan alles prijs ik je moed om jezelf te willen laten horen - en meer dan alles hoor ik in je onophoudelijke gekwetter de angst die zelfs jou kippenvel bezorgt: de angst dat zij niet naar je zullen luisteren. De angst om afgevoerd, afgemaakt, afgeserveerd te worden. “Nog een stukje kip, iemand? Lekker met olijfolie en rozemarijn.”
Jouw toestand gaat mij aan het hart. Langer dan dat ik je at, wordt nu mijn tijd zonder jou. Mis ik je? Ik weet nog nauwelijks hoe je proeft en als ik je ruik, draai ik me van je weg. Ik wil je niet meer van je slechtste kant zien. Ik wil je nooit meer van je slechtste kant hoeven zien.
Je bent zoveel mooier als je niet verbrand bent. Konden we dat de andere mensen maar duidelijk maken, hè?
Wat het is om lief te hebben, en juist daarom los te laten.
Liefs,
Marleen
Deze brief is onderdeel van een speciale OverDWARS-brievenreeks die in de aanloop naar Valentijnsdag wordt gehouden ter bevordering van de uiting van (politieke) hartenkreten.