Dwars is door GroenLinks gevraagd een uitgebreide reactie te geven op het manifest 'Vrijheid eerlijk delen', als input voor de programmacommissie 2007-2011. Hieronder is de tekst te vinden zoals die is vastgesteld na discussies op onder andere 5 januari jl.
Dwars, GroenLinkse jongerenorganisatie heeft de ideologische discussie binnen GroenLinks van de afgelopen jaren met veel belangstelling gevolgd. Tot dit najaar richtte het debat zich vooral op de ‘culturele vrijzinnigheid’, die ook onderwerp was van ons jubileumcongres in december 2005. Dwars heeft die vrijzinnigheid in grote lijnen verdedigd. Dat is niet verrassend, aangezien Dwars traditioneel de vrijheid van mensen om hun eigen leven vorm te geven heeft verdedigd. Emancipatie staat vanzelfsprekend ook bij de jongeren van GroenLinks hoog in het vaandel. Met het manifest ‘Vrijheid eerlijk delen’ is de vrijzinnigheid ook sociaal-economisch ingevuld. In deze pagina’s reageert Dwars, op verzoek van de programmacommissie van GroenLinks, op de inhoud en presentatie van het manifest.
Eerste reacties
Het manifest is binnen Dwars in eerste instantie met verschillende gevoelens ontvangen. Sommigen zagen het manifest als een logisch en concreet vervolg op de eerdere ideologische discussie, maar bij anderen kwam het manifest aanvankelijk hard aan. De laatsten vreesden vooral dat GroenLinks hiermee capituleerde voor de (neo-) liberalisering van het politieke landschap, waarin de eigen verantwoordelijkheid van mensen zou worden geplaatst boven de waarde van solidariteit. Dit sluit aan bij de kritiek die ook ROOD en de SP uiten op het manifest. In die hoek wordt ‘Vrijheid eerlijk delen’ gezien als een ondergraving van de verzorgingsstaat. De politieke aandacht van GroenLinks zou verschuiven van kwetsbare groepen naar werkgevers en overheid. Een tweede groep van critici binnen Dwars maakte vooral bezwaar tegen het paternalisme dat uit de plannen spreekt. Het streven van GroenLinks om mensen zelf vrij hun leven in te laten richten strookte volgens hen niet met het dwingende optreden van de staat in het manifest. De keuze om wel of niet te participeren in het publieke leven moet in deze visie bij mensen zelf worden gelegd.
Ondanks de kritiek die vanaf het begin ook aanwezig was, is er telkens brede waardering geweest voor het feit dat GroenLinks met het manifest heilige huisjes omver heeft durven schoppen. GroenLinks heeft laten zien dat ze niet dogmatisch vasthoudt aan aloude sociaal-democratische concepten, maar vrij en continu wil blijven nadenken over het alternatief van links voor het liberale sociaal-economische beleid. De discussie daarover heeft binnen Dwars dan ook open kunnen plaatsvinden. Dit heeft ertoe geleid dat Dwars nu met een reactie kan komen die een stevige basis heeft in de organisatie en het bestuur.
Uitgangspunten
Ronduit enthousiast is Dwars over de uitgangspunten van het manifest. ‘Knokken voor wat kwetsbaar is’ betekent immers meer dan alleen het garanderen van een bestaansminimum. Doel van een linkse sociale politiek moet zijn om de mogelijkheden van mensen te optimaliseren. Mensen moeten in staat worden gesteld hun leven zelf vorm te geven en hun talenten te gebruiken. De staat moet zich inzetten om mensen aan de onderkant perspectief te bieden op een betere toekomst. Daarvoor zijn maatregelen nodig, waarmee structurele ongelijkheid wordt tegengegaan, patronen van ‘erfelijke’ armoede worden doorbroken en hulp wordt geboden aan mensen die dat nodig hebben om zich te kunnen ontplooien. Het negatieve mensbeeld van rechts, waarin de ‘eigen verantwoordelijkheid’ de verklaring vormt voor alle ongelijkheid, maakt in deze linkse plannen plaats voor een positief mensbeeld, waarin de wil van mensen om te participeren wordt erkend en kansen worden gecreëerd om die participatie mogelijk te maken. Dwars is ervan overtuigd dat mensen ook wíllen werken, zich wíllen ontplooien en actief wíllen zijn in de samenleving – dat zijn immers zaken waardoor mensen zich ook een waardevol onderdeel van de maatschappij kunnen voelen.
Jongeren
Dwars vindt dat het manifest voldoende nadruk legt op jongeren. Veel jongeren hebben te weinig kansen. Het manifest probeert voor die jongeren meer mogelijkheden te creëren en daar is Dwars erg blij mee. Zo moeten rijke bejaarden mee gaan betalen aan de AOW, wordt laagbetaalde arbeid goedkoper, ligt de nadruk sterk op scholing en is er aandacht voor de lage jongerenparticipatie in de ‘polder’.
Als het gaat om het creëren van gelijke kansen dan is de toegang tot het onderwijs van enorm belang. Dwars is daarom blij dat op verzoek ook daarover een alinea is opgenomen in het manifest. Onderwijs is een belangrijk middel om op termijn economisch zelfstandig te kunnen worden. In dat licht is het verontrustend te zien dat voor de lagere inkomens toegang tot in het bijzonder het hoger onderwijs niet vanzelfsprekend meer is. De aanpak van dit probleem moet dan ook een belangrijk onderdeel zijn van een vrijzinnige sociale politiek.
Een van de goede elementen in het manifest is dat de ondervertegenwoordiging van jongeren in het sociaal overleg wordt aangekaart. De gebrekkige participatie van jongeren in het poldermodel is een groot probleem dat een zelfversterkend effect heeft. Het Alternatief voor Vakbond wordt in het manifest in positieve zin aangehaald, maar ook het AVV is nog geen ‘nieuwe manier’, zoals die volgens voorstel 18 gezocht moet worden, om genoemd probleem op te lossen. Dwars zou graag zien dat in het nieuwe programma van GroenLinks voorstellen gedaan worden om de structurele vertegenwoordiging van jongeren in het sociaal overleg te garanderen.
Ten slotte willen we opmerken dat Dwars in de uitwerking van de solidariteit tussen de generaties een concreet antwoord op de verhoogde zorgkosten door de vergrijzing mist (hoofdstuk 1.2).
Ontslagrecht
Eén van de pijnlijkste punten van het manifest is de aanpassing van het ontslagrecht. Voor het type arbeidsmarkt en sociale zekerheid dat in het manifest wordt gepropageerd is het echter een belangrijk element. Het zorgt weliswaar voor meer onzekerheid bij mensen over hun baan, maar het creëert ook de extra werkgelegenheid die nodig is om te voorkomen dat mensen voor lange duur buiten de boot vallen. In het geheel van de plannen steunt Dwars deze maatregel met dezelfde argumentatie als de opstellers van het manifest.
Het is niet te voorspellen hoe invoering van dit model precies zal uitwerken. Er is één gevaar dat Dwars in dit stuk wil noemen. De flexibele arbeidsmarkt mag er niet toe leiden dat er een groep in hogere functies blijft met grotere baanzekerheid, terwijl een grote groep mensen continu van de ene laagbetaalde baan in de andere terechtkomt. Het ontstaan van zo’n groep die onderaan de arbeidsmarkt blijft hangen probeert GroenLinks wel te voorkomen door werkgevers te verplichten hun werknemers te scholen, maar gevaar blijft dat er van doorstroming naar hogere functies nauwelijks sprake is. Dat zou geen vooruitgang betekenen ten opzichte van de huidige situatie waarin veel mensen in het kader van de Flexwet in tijdelijke banen blijven hangen. Met name voor mensen die met hun handen werken is de vraag hoeveel toekomstperspectief zij hebben als zij ontslagen worden, alle scholing en begeleiding ten spijt. Juist laagopgeleiden hebben op dit moment behoefte aan baanzekerheid.
Dwang
Het is een dilemma. Je kunt vanuit een vrijheidsideaal ‘dwang een vies woord vinden’ en het aan mensen zelf overlaten of ze willen zoeken naar werk, een participatiebaan willen accepteren of zich willen scholen naast het opvoeden van hun kinderen. Daarmee neem je het risico dat er een groep blijft bestaan die zich buiten de maatschappij plaatst, geen sociaal-economische zelfstandigheid bereikt, of misschien nadat de kinderen groot zijn in de problemen raakt. Als je wel voor dwang kiest, is dat risico kleiner, maar wordt vrijzinnigheid dan niet te paternalistisch?
Dwars kiest in dit dilemma met frisse tegenzin voor dwang. Duidelijk moet echter zijn dat de overheid weliswaar de mogelijkheid moet hebben mensen te dwingen mee te werken, maar dat het niet de bedóeling is dat sancties worden gebruikt. In bepaalde varianten van de Work First-projecten in Nederland, waarin korting op de bijstanduitkering mogelijk is als mensen niet korte tijd werken met behoud van uitkering, speelt de mogelijkheid tot dwang in de praktijk bijvoorbeeld nauwelijks een rol. Uitgangspunt is dan simpelweg dat de overheid mensen helpt weer snel en duurzaam aan het werk te komen.
Een belangrijk risico wil Dwars in deze paragraaf wel noemen. De mogelijkheid bestaat dat mensen zich onttrekken aan het stelsel en werk zoeken op de zwarte markt of in de criminaliteit belanden. Er zullen immers altijd mensen zijn die weigeren een participatiebaan te doen. In de plannen van het manifest is dan het gevaar heel groot dat ze volledig uit het zicht van de overheid verdwijnen. Voor een groot deel kun je zeggen dat dit gevaar voor rekening komt van hen die ervoor kiezen niet mee te werken. Het is een keuze die iedereen zelf kan maken, en daarmee de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Voor wat betreft jongeren vindt Dwars dit een te weinig actieve houding van de overheid. De ‘eigen verantwoordelijkheid’ is geen bevredigende verklaring als een twintigjarige schoolverlater uit de statistieken verdwijnt en zwart werk gaat doen, zonder zicht op de gevolgen voor de lange termijn. In het verkiezingsprogramma zou volgens ons specifiek aandacht moeten zijn voor begeleiding van deze groep jongeren.
Menselijke maat
In een eerste reactie op de website heeft Dwars de hantering van de ‘menselijke maat’ al genoemd als voorwaarde voor instemming met de plannen. De noodzaak van maatwerk komt in het manifest veel naar voren, en die is cruciaal. De vrijzinnige staat verwacht meer van mensen, maar moet daarin dan wel redelijk blijven. Hij beoogt immers dat mensen aan hun toekomst werken; het gaat niet om het leveren van een ‘tegenprestatie’ voor het krijgen van overheidsgeld. Een bijstandsmoeder die ook een participatiebaan doet, moet wel haar kinderen kunnen ophalen van school. Iemand die mantelzorg verleent, moet daar ook ruimte voor krijgen. Etcetera.
Om de vrijzinnige plannen uit te kunnen voeren is het nodig dat er goede kinderopvang is. Daar wordt dan ook ruim aandacht aan besteed in het manifest, mede in het kader van de brede school. Hoewel Dwars het principe steunt dat mensen de beschikking moeten hebben over goede kinderopvang om zelf ook in hun toekomst te kunnen investeren, bestaan er ook wat aarzelingen over de uitgebreide mogelijkheden die daarvoor gecreëerd worden. Dwars vindt het verdedigbaar als ouders hun kinderen niet naar de kinderopvang willen brengen en ze fulltime willen opvoeden. Het omgekeerde, namelijk dat mensen zeer intensief gebruik maken van de kinderopvang, vindt Dwars zelfs onwenselijk. De mogelijkheid die de brede school biedt om kinderen zeer lang, ook ’s nachts en in de vakanties, buitenshuis op te vangen is alleen goed als daar ook verstandig mee omgegaan wordt. ‘Dumping’ van kinderen moet voorkomen worden; het is opvallend dat over dat gevaar niets gezegd wordt in een tijd dat met name scholen klagen dat zij meer en meer verworden tot opvoedingsinstituten.
Communicatie over manifest
Dwars heeft enige kritiek op de presentatie van het manifest. Er bestaat al langer ergernis over de manier waarop de culturele vrijzinnigheid wordt verdedigd. Voor veel mensen, ook in de partij, is de precieze concrete betekenis daarvan te lang onduidelijk gebleven. Dat heeft volgens Dwars ook te maken met de manier waarop het naar buiten wordt gebracht. Het blijkt niet gemakkelijk om op te pakken zonder je er echt in te verdiepen. De culturele vrijzinnigheid gaat al snel over grote woorden en concepten, zodat mensen zich afvragen wat de precieze implicaties ervan zijn. Daarbij zijn concrete voorbeelden dan ook nodig, en een al te intellectuele discussie buiten GroenLinks moet vermeden worden.
Bij het manifest is het juist andersom. Het pakket aan sociaal-economische maatregelen is complex, en voor veel mensen te technisch. Het valt dan ook te prijzen dat geprobeerd is om een sterk ideologisch kader te scheppen voorafgaand aan de voorstellen (het manifest is ook relatief goed leesbaar). Het is echter jammer dat in de communicatie naar buiten te veel is ingegaan op een klein aantal concrete voorstellen. In plaats daarvan hadden de kernwoorden van het manifest voor in de mond van elke verdediger moeten liggen: zelfontplooiing, emancipatie en ‘empowerment’. Die woorden zijn echter aan veel krantenlezers en televisiekijkers voorbijgegaan en dat is een gemiste kans. Want juist die uitgangspunten blijken mensen te kunnen overtuigen van de kracht en van het linkse karakter van deze plannen. Uitwerkingen op sociaal-economisch gebied zijn aan velen niet besteed, en worden bovendien direct verbonden met andere politieke partijen en stromingen.
Verder een opmerking over het woordgebruik. De nadruk op participatie en werkgelegenheid, en het toekennen van meer eigen verantwoordelijkheid aan mensen, doet al snel aan de VVD denken. Inhoudelijk is dat niet correct, daarvan hoeven wij niet overtuigd te worden. Het gebruik van woorden als ‘meedoen’ wekt echter wel die suggestie. In het manifest worden mensen opgeroepen ‘mee te doen’, wat vervolgens neerkomt op het doen van (on)betaald werk. De opstellers willen daarmee niet zeggen dat arbeidsongeschikten of bijstandsmoeders niet ‘meedoen’, of zelfs niet meetellen, in de samenleving. Dat gevoel roept het woord echter wel op. Ons advies: minder meedoen en participeren, en meer ontplooien en emanciperen.
Samenvatting
Dwars is over het geheel genomen heel positief over de vrijzinnige voorstellen voor sociale politiek. Dwars heeft wel een aantal zorgen willen uiten. Enkele dingen zouden we graag nog eens besproken zien worden binnen GroenLinks, namelijk:
· De gevolgen van de versoepeling van het ontslagrecht, met name voor bepaalde groepen (laagopgeleiden, handarbeiders, etc.)
• Het gevaar dat jongeren zich onttrekken aan het stelsel en uit het oog worden verloren
• De vertegenwoordiging van het jongerenbelang in het sociaal overleg van werkgevers en werknemers
• Het belang van de toegankelijkheid van het onderwijs voor iedereen
• De mogelijkheden voor mensen om hun kinderen fulltime op te voeden en het gevaar van ‘dumping’ van kinderen op de altijd beschikbare kinderopvang
• Het antwoord van GroenLinks op de hoger wordende kosten in de zorg door de vergrijzing
• De communicatie over vrijzinnige sociale politiek
ontslagrecht soepel kan via faillisementswet
Rechtvaardige flexibiliseren arbeid is mogelijk met de komende faillisementswetswijzeging. Onthullende CBS cijfers/conclusies (art. Staatcourant 16 maart/CBS website) maken dit interessant. Deze staatscomissie moet deze periode rapporteren.
Er gaat 40 miljard en veel banen om in de periode VOOR faillissement. De maatschappelijke doelen van het Faillissement zoals het behoud van onderneming en werkgelegenheid worden niet gehaald omdat er in faillissement weinig geld en arbeidsplaatsen omgaan vergeleken met de periode ervoor.
De nieuwe faillissementswet oppert nu toezicht op de banken en fiscus!
Nieuws is dat de de stille rechter-commissaris wordt geopperd als toezichthoeder. Omdat hij kan zorgen voor transparantie en slagkracht die nu ontbreekt. Een rechter-commissaris als tijdelijke baas van een in nood verkerend bedrijf kan eerlijke flexibiliseren van arbeid mogelijk maken en de bank, fiscus en multinationals in een dialoog een serieus alternatief bieden. Nu lopen de bedrijven na het buitenland of doet de bank het alleen. De nieuwe faillissementswet is de sleutel tot de participatietop. Een werkbare oplossing voor alle partijen.
Een betrouwbare snelle corporate recovery/ faillisementsafwikkeling is directe economische en sociale winst. Denk o.a. aan de nationale kredietruimte die toeneemt met vertrouwen in de procedure. collectief ontslag is de sleutel/het instrument en het kan rechtvaardig. Dat is zo goed van deze nieuwe oplossing van onderzoeker Luttikhuis RA. Dit is beter dan iedere keer de straat op met je vakbond.
De faillisementswet is 120 jaar oud, het lijkt complex, maar lees maar de conclusies in het CBS boek door of ga na het congres.
Lees het artikel in de staatscourant van vorige week en deze CBS publicatie op www.corporate-recovery.eu
Er is een UVT/schoordijk instituut congres op 22 juni met participatietopsprekers / leden staatscommissie faillissementswet.
Boek/ kranten artikelen,congres op: www.corporate-recovery.eu