Thomas en Ahmed van de commissie internationaal besloten als blog brieven naar elkaar te schrijven over ontwikkelingssamenwerking, om zo een discussie te ontlokken. Dit is deel II van de briefwisseling (reageren mag):
Beste Ahmed,
Je zegt mooie dingen over mensenrechten in je brief. Je hebt gelijk, wanneer je zegt dat het niet verstandig is om heilige huisjes te koesteren in tijden van crisis. Principes zijn onmisbaar, maar
in sommige situaties inderdaad ontoepasbaar. Toch is wat mij betreft is een verlaging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking tot de internationaal afgesproken norm onbespreekbaar. Als de mensenrechten je daadwerkelijk lief zijn, past het niet om in te leveren aan solidariteit.
Een miljard mensen onder de armoedegrens: een op de zes mensen leeft per dag van wat er in Amerika met één dollar te kopen is.
Over de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking kunnen we het blijkbaar eens zijn. De derde wereld is door het kolonialisme vreselijk ontwricht en verstoord in hun culturele, politieke en economische ontwikkeling. Door het Europese superioriteitsgevoel was er de veronderstelling dat het overnemen van ons Westerse model voor iedereen tot welvaart zou leiden. Het compleet tegenovergestelde bleek waar; dat is een schuld waar wij, de Westerse wereld als voormalig kolonisten, niet licht vanaf zullen komen. Wij zijn hoofdrolspeler geweest in een machtspel dat de wereld heeft achtergelaten met meer dan één miljard mensen die onder de armoedegrens van één dollar leven. Let op; dat wil niet zeggen dat deze mensen de marktwaarde van een dollar in lokale valuta krijgen en er dus relatief meer van kunnen kopen. Dat betekent dat 1 op de 6 wereldbewoners per dag een bedrag ter beschikking heeft dat uitgedrukt kan worden als één dollar Amerikaanse koopkracht. Zij kunnen dus per dag kopen wat in Amerika met een dollar gekocht kan worden, of minder. Het is niet alleen belangrijk om daar eens goed bij stil te staan, het is ook nog eens onze plicht (of boete) om daar hard tegen op te treden.
Het komt me dus uiterst vreemd voor om in zware tijden de verdeelsleutel van de ontwikkelingshulp naar beneden aan te passen, terwijl die verdeling juist rechtvaardig scheen op basis van bepaalde tijdloze (en ‘conjuctuurloze’) principes. In voorspoed moet je elkaar helpen, maar ook juist in tegenspoed, toch? Het idee van procentuele koppeling van het budget van ontwikkelingssamenwerking aan het bruto nationaal product zorgt er al voor dat in tijden waarin de nationale omzet lager uitvalt, er ook minder geld naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Daarnaast zullen de hulpbehoevende landen nog meer moeite hebben met het bevechten van de crisis dan wij, en zijn zij vaak zelfs nog veel zwaarder getroffen! Beperking van de ontwikkelingshulp zal leiden tot grotere economische ongelijkheid. Gevaarlijk onrustige regio’s zullen als gevolg van economische achteruitgang nog verder destabiliseren.
Wel ben ik net als jij van mening dat de structuur van de huidige hulp aan kritische toetsing onderworpen moet worden. We hebben een mondiale institutionele orde – de Wereldbank, het IMF, de WTO, een enorme verzameling aan handelsverdragen – waar wij wel bij varen ten koste van de hulpbehoevende landen. Westerse marken worden beschermd, er moeten hoge invoerrechten betaald worden voor veel producten, oneerlijke handelsovereenkomsten worden door economische superioriteit afgedwongen. De instituties die op zouden moeten komen voor het welvaren van arme landen zijn moeilijk toegankelijk voor de vaak juridisch onderontwikkelde derdewereldlanden. Dit zou aangepakt moeten worden; bijvoorbeeld door het oprichten van een economische autoriteit die zich uitsluitend bezig houdt met het aanvallen van oneerlijke verdragen en het transparant en toegankelijk maken van de bestaande economische instituties. Het vooruitzicht van globale economische rechtvaardigheid is alleen te realiseren wanneer de spelregels eerlijk zijn en voor alle landen hetzelfde. Misschien moeten we dus jouw bespaarde 0.1% besteden aan het oprichten van deze economische autoriteit.
Het beeld is ontstaan van de Westerse wereld die met één hand geeft, en met een andere weer neemt. De gevende hand is de politiek, de nemende is de economie. Deze hypocriete schijnsolidariteit moet worden aangepakt. Naast de politiek, met ontwikkelingshulp, moet óók de economie haar verantwoordelijkheid nemen voor rechtvaardigheid. Eindelijk een eerlijke markt, daar is de wereld nu echt aan toe.
Groet,
Thomas Lamers.
Precies!
Beste Thomas Lamers,
Dit lezen doet mij goed. Sluit mij er volledig bij aan.
Groet,
Diane