Het is vrijdagochtend wanneer ik mij realiseer dat ik een weekend uitpuffen, bankhangen en de eerste aflevering van X-factor achterlaat voor een intellectuele verdieping op staat, religie en samenleving. Je moet er wat voor over hebben. Vol goede moed en chronisch slaapgebrek reis ik direct door vanuit Arnhem naar conferentiecentrum Woudschoten, zeer nabij mijn pittoreske woonplaats Driebergen-Rijsenburg.
Met een bagagetas vol spullen die een homo nodig heeft om in het wild te overleven, stap ik de bus uit en de oprijlaan in. Een kilometer en een gebogen ruggenwervel verder ontdek ik midden in het bos een prachtig gebouw met alle voorzieningen die je als welgestelde beroepsjongere nodig hebt. Het was even lopen; maar dan heb je ook wat. Iedereen krijgt een eigen tweepersoons slaapkamer toegewezen, van alle gemakken voorzien. Stiekem vind ik dit wel een beetje een “linkse hobby”.
Na een zeer aangename lunch begint het programma. Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden, vertelt een verhaal over de democratische rechtstaat. Centraal in zijn verhaal staat de vraag of de rechtstaat nodig zou zijn als alle mensen engelen waren – een vraag waar ik als rechtlijnig atheïst niet zo heel veel mee kan. Ik verleg mijn aandacht naar de mensen die in de zaal zitten en kan al vrij snel accuraat voorspellen van wie ik aan het eind van de conferentie doodmoe zal zijn – er zitten altijd wel types tussen die graag vragen stellen, ook als de vraag niet in eerste opzicht meteen relevant is.
Twee andere sprekers lichten hun ideeën over de ideale staat en de rol van religie daarin toe, tot ’s avonds het debat tussen politici van de landelijke partijen begint. Boris van der Ham (D66), Cees van Eick (GL) en Jeroen Dijsselbloem (PvdA) nemen stelling over de bemoeienis van de staat met religie. Ook de zaal vol DWARSers, JSers en JDers mengt zich driftig in het debat. Mag een instelling op basis van religieuze argumenten bepaalde mensen buitensluiten (en dus discrimineren)? Mogen politiefunctionarissen uitingen van geloof op zich dragen of moet de neutraliteit van de overheid gewaarborgd worden?
Na de dag vol nieuwe informatie en pittige discussie trekken sommige deelnemers zich terug op hun kamer, om te trachten enige uurtjes slaap mee te pikken. De deelnemers met een grotere energievoorraad besluiten een nabijgelegen krakersfeestje aan te doen. Voor de gezelligheid, voor het goedkopere bier, of omdat ze op kamer 300 (direct naast de lift) waren gezet en als gevolg niet kunnen slapen. Uiteindelijk druipt iedereen toch af naar bed – de volgende dag zou om half negen beginnen.
Zoals het echte studenten betaamd, komen we collectief een half uur te laat de volgende ochtend, hetgeen resulteert in een ietwat sip kijkende Marcel ten Hooven, die desondanks toch maar aan zijn verhaal over scheiding van politiek en religie begint. De beste man vindt onder andere dat scholen in staat moeten worden gesteld speciale eisen aan de kinderen te stellen die worden toegelaten. Het levert hem een stortvloed van kritiek uit de zaal op, ook van mij. Ik zit daar verdorie toch niet met mijn goede gedrag op zaterdag morgen, een ongoddelijk tijdstip welteverstaan, om te horen dat het maar moet kunnen dat scholen kinderen of leraren weigeren op grond van zaken als homoseksualiteit? “Dan zoeken ze toch gewoon een andere school?” is een argument dat mij echt in het verkeerde keelgat schiet. Het hebben van een geloof vrijwaard je in een rechtstaat niet van het verbod op discriminatie.
Een paar koppen thee en glazen water later ben ik weer een beetje Zen en kan ik gaan luisteren naar de voor mij laatste spreker (ik heb elders verplichtingen), Halim El Madkouri – arabist en islamoloog. Hij begint zijn visie op waarom moslimjongeren radicaliseren met een youtube-filmpje van een door Nederlandse jongeren gecomponeerd strijdlied voor de jihad. Halim legt uit dat radicalisering door verschillende factoren komt die niet aan religie zijn gebonden. Het gaat vooral om wantrouwen tegen de maatschappij en het gevoel niet gehoord te worden. Wat ik uiteindelijk erg mis, is de oplossing voor de oorzaken van het probleem. Maar misschien ligt dat aan mijn pragmatische inslag.
Al met al loop ik met een voldaan gevoel weg van het conferentiecentrum. Met een tiental DWARSers hebben we weer vollop nagedacht over de rol van religie in onze samenleving en hebben we gediscussieerd met collega’s van andere jongerenorganisaties. Toch ook wel weer fijn om uit die ivoren toren weer terug op de grond te komen. Tijd om weer aan het werk te gaan!