Ik heb last van sentimenten. Zo veel, dat ze me kwetsbaar maken. Dat ik mijn best doe, ze niet te laten merken. Maar soms, meestal als de herfst eraan zit te komen, vertrouw ik ze toe aan het papier.
Misschien wel de grootste aanslag op mijn gemoedstoestand heeft het verloop van de tijd. Minder dan een half jaartje geleden nog maar, wilde ik zó graag het bestuur in!
Dat was een politieke keuze. Eén voor een betere wereld. Maar ook één voor een groep mensen waarmee ik in korte tijd, snel een speciale band mee had opgebouwd; zo voelde ik dat. Een groep van negen waar ik heilig in geloofde.
Ik heb sindsdien een hoop aan mijn hoofd gehad. Wij allemaal. Maar van alles, bleef één ding steeds in mijn achterhoofd spelen:
‘Jij een jaar, zij een half jaar’.
En ‘zij’ werden er nog meer dan in eerste instantie gedacht.
Meer is zeker niet altijd beter. En nu we een half jaar verder zijn, kiezen vijf van ons een andere weg.
We hebben samen het nodige meegemaakt. Niet alleen als bestuursleden, maar ook als mensen. Persoonlijk, maar met elkaar. Wat er gedurende een half jaar in mensen om kan gaan is met geen pen te beschrijven. Wat je deelt is uniek en van jullie alleen.
We hadden er een documetaire over kunnen maken op de TROS. En als achtergrond konden we 'Vivo per Lei' draaien. Hoewel ik geen idee heb, wat dat betekent. Of misschien zelfs 'Per amore'.
Nu moet ik vanavond naar onze laatste bestuursvergadering, in deze vorm. Ik zeg het alsof het een straf is, maar het is iets bijzonders. Vanavond vieren wij een feestje. Een laatste avond ‘wij’. Een ‘wij’ dat er nooit meer zal zijn.
Ik kan alleen maar hopen, dat het komende half jaar net zo bijzonder wordt. En hoewel ik daar het volste vertrouwen in heb, kijk ik nu al uit naar de nieuw opgerichte reünistenborrel.