Het ongelijk van de PVV
De nieuwe Tweede Kamer was nog maar net geïnstalleerd of de tijdelijke Kamervoorzitter Jan ten Hoopen moest al een spoeddebat op de plenaire agenda plaatsen. Het debat, aangevraagd door toenmalig PvdA-fractievoorzitter Wouter Bos, ging over een generaal pardonregeling voor asielzoekers die onder de oude regeling vielen. De motie droeg de regering op om, in afwachting van een definitieve regeling, geen onomkeerbare maatregelen te nemen.
Tijdens het debat hadden de rechtse partijen, onder aanvoering van Geert Wilders van de PVV, hun mond vol met woorden als aanzuigende werking en een grote ramp voor het land. Immers zij verkeerde in de veronderstelling dat het niet zou gaan om de ongeveer 26.000 asielzoekers, maar om veel en veel meer vreemdelingen.
De - toen nog linkse – oppositie, bestaande uit PvdA, SP, GroenLinks, D66 en PvdD aangevuld met de Christen Unie stemde uiteindelijk met 75 tegen 74 voor de motie. Hierdoor werd, in afwachting van de definitieve pardonregeling, niemand die mogelijk in aanmerking zou komen voor een definitieve verblijfsvergunning uitgezet.
Nu, anderhalf jaar later, heeft staatssecretaris Albayrak in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat 26.800 asielzoekers een definitieve verblijfsvergunning hebben gekregen. Dit getal is in 2006 toch aardig ingeschat. Het blijft ver uit de buurt van de mogelijk 80.000 waar de PVV het over had. Ook de aanzuigende werking is niet aangetoond. Uit de cijfers, die bekend zijn, valt niet op te maken dat er sinds 2006 opeens veel meer asielzoekers naar Nederland zijn gekomen.
Ik zou zeggen:‘PVV geef je ongelijk maar toe’!