Afgelopen zondag mochten in Europa voor het eerst minderjarigen stemmen bij landelijke verkiezingen. 16 en 17-jarige Oostenrijkers hadden de primeur: voor de parlementsverkiezingen hadden zij een stemkaart ontvangen. Het was overigens niet de allereerste keer dat zij mochten stemmen, dat was al bij lokale en regionale verkiezingen in 2005.
Oostenrijk is het vijfde land ter wereld waar minderjarigen hun stem mogen uitbrengen; eerder kon dat al in Brazilië, Cuba, Nicaragua en Iran.
Interessant is de vraag hoe jongeren tot hun stembepaling komen en of er een duidelijke invloed is van jongere kiezers. Er zijn in Oostenrijk verschillende onderzoeken gedaan. De algemene indruk is dat jongeren in ieder geval nog niet goed geïnformeerd worden. Geen partij heeft een gerichte campagne gevoerd op jongeren. Ook op televisie was er relatief weinig aandacht voor de jonge kiezers. Er zijn in totaal drie vragenuurtjes op televisie geweest, deze waren echter allemaal na half twaalf. Nu gaan 16 en 17-jarigen niet allemaal vroeg naar bed, maar er zijn betere momenten te bedenken om jongeren te bereiken.
Uit een rondvraag langs een groepje jongeren blijkt dat veel 16 en 17-jarigen “het zelfde stemmen als hun ouders” (NRC Handelsblad, 27 september 2008). Jammer, want het is volgens mij juist de bedoeling dat jongeren hun eigen geluid kunnen laten horen. Volgens het centrum voor democratie in Wenen is het feit dat veel jongeren, voor het gemak, hetzelfde stemmen als hun ouders te wijten aan het feit dat jongeren te weinig informatie krijgen. Sinds vorig jaar is politiek een vak op de middelbare school. Maar door te denken dat daarmee de missie is volbracht lijkt me een verkeerde instelling.
Politieke partijen zouden wat mij betreft veel meer moeten doen om jongeren bij de politiek te betrekken. Politieke jongerenorganisaties spelen daarbij natuurlijk een belangrijke rol.
Zoals iedereen duidelijk zal zijn, kent Nederland een kiesgerechtigde leeftijd van 18 jaar.
DWARS is voorstander van het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd naar 16 jaar. Veel vraagstukken waar de politiek over spreekt gaan ook jongeren aan en waarom zouden zij dan geen invloed mogen hebben?
In 2006 heeft toenmalig minister Pechtold van bestuurlijke vernieuwing gepleit om de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen naar 16 jaar, de meerderheid in de Tweede Kamer ziet daar echter niets in. Alleen GroenLinks en D66 hebben in hun verkiezingsprogramma expliciet gezegd 16 en 17-jarigen stemrecht te willen geven.
Het ziet er voorlopig niet naar uit dat na de Oostenrijkse jongeren ook de Nederlandse jongeren mogen mee beslissen over zaken die ook hen aan gaan. Wel hoop ik dat de komende periode, zeker in de aanloop naar de komende Europese verkiezingen, politieke partijen zich meer gaan richten op de jongeren.