In relatieve stilte worden er nieuwe maatregelen genomen om terrorisme te bestrijden. Ditmaal geen strafrechtelijke, maar bestuursrechtelijke maatregelen. De minister mag volgens dit voorstel voor de Wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid mensen gebiedsverboden, persoonsverboden en een meldingsplicht opleggen.
Het idee is dat potentiële terroristen bijvoorbeeld niet meer in buurt van Schiphol, het Binnenhof of Balkenende mogen komen en dat daarmee aanslagen voorkomen kunnen worden. Er zou een gat bestaan tussen niet ingrijpen en strafrechtelijk ingrijpen vanwege voorbereidingshandelingen. Als dit voorstel ook wordt aangenomen door de Eerste Kamer, kan de minister wel ingrijpen. En dat moet Nederland veiliger maken.
Tegen dit voorstel zijn nogal wat bezwaren te vinden. Ten eerste kan je twijfelen aan de effectiviteit. Wil je de mensen met de verboden kunnen controleren, dan moet je die mensen continu in de gaten houden. Dat wil de minister niet, want dat kost veel menskracht. Daarnaast kan je je afvragen of een terrorist zich door zo´n verbod laat tegenhouden. Hij mag dan misschien niet meer bij Schiphol komen, maar wel op het centraal station in Utrecht. Slimme en vasthoudende terroristen houd je met dit soort maatregelen echt niet tegen.
Ten tweede vind ik dit voorstel een nieuwe aanslag op onze rechtsstaat. Het criterium waaraan de minister moet toetsen is de bescherming van de nationale veiligheid. Bovendien moet de betreffende persoon in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Zeer vage criteria, die zo vaag zijn omdat als je ze strikter zou maken, je al richting de strafrechtelijk strafbare voorbereidingshandelingen zou gaan.
De minister van biza is bovendien degene die het besluit neemt. Daar kan je dat vervolgens wel beroep tegen aantekenen bij de bestuursrechter, maar dat is wel achteraf en een marginale toetsing. Dat houdt in dat de bestuursrechter niet volledig de rechtmatigheid toetst. De rechter vernietigt het verbod alleen als de minister niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen. Met bovenstaande ruime criteria is vernietiging denk ik niet snel aan de orde. Bovendien vraag ik me af hoeveel verstand de bestuursrechter heeft van terrorisme; bij mijn weten gaat die voornamelijk over dingen als bouwvergunningen en is hij weinig gericht op grondrechten zoals het recht op een eerlijk proces.
Ten slotte. Minister Ter Horst heeft aangegeven dat er nu ongeveer 20 mensen voor dit soort maatregelen in aanmerking komen. Das niet veel, zou ik zo denken. Uit het verleden blijkt echter dat als zo´n wet eenmaal bestaat, er veel vaker gebruik van wordt gemaakt. En het zijn toch vaak hetzelfde soort mensen dat de dupe is van dit soort maatregelen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat sommige mensen steeds verder buiten de samenleving komen te staan. En uitsluiting is een voedingsbodem voor radicalisering en terrorisme. Was dat nou niet juist wat we wilden voorkomen?
Ik denk dan ook dat we ons zullen moeten realiseren dat terrorisme niet te voorkomen is. We moeten accepteren dat we kwetsbaar zijn.
Natuurlijk zijn er een aantal dingen die je kan doen om de kans op terrorisme kleiner te maken. Daarbij denk ik dan vooral aan het wegnemen van de voedingsbodem, door mensen in te sluiten en niet uit te sluiten. Maar als iemand echt kwaad wil, dan is het volgens mij een illusie om te denken dat je als overheid degene tegen kan houden.
Je hebt helemaal gelijk. Voorkomen dat iemand buitengesloten wordt doet de minister niet op deze manier.
Het is alleen wel moeilijk om en te voorkomen dat iemand buitengesloten wordt waardoor terrorisme veroorzaakt wordt en terrorisme eerlijk te bestrijden.