Afgelopen donderdag was het Internationale Vrouwendag. Reden om het blad LOVER, over feminisme, weer eens te lezen. Daarin kwam ik suggesties tegen voor een alternatieve vrouwencanon.
De Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon heeft immers canon gemaakt van de Nederlandse geschiedenis, waarbij heel wat kanttekeningen zijn te plaatsen. Maar in plaats van kritiek leveren, heeft het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) bedacht dat ze een vrouwencanon willen ontwikkelen.
Een kleine selectie van de aanzet die is gedaan:
1886: uitvinding van de vaatwasser: Ik wist het niet, maar de vaatwasser schijnt te zijn uitgevonden door een vrouw.
1890: Emma wordt regentes : Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, heeft Nederland daarna slechts koninginnen gekend. Zelf denk ik dat een van de redenen dat ons koningshuis zo populair is, is omdat deze vrouwen een andere invulling aan het koningschap hebben gegeven. Ze zijn een soort moeder van het volk geworden en weten empathie te gebruiken als hun grootste kracht.
1918: de eerste vrouw in de Tweede Kamer
1930: uitvinding van de tampon
1956: getrouwde vrouwen zijn voortaan handelingsbekwaam: Moet je nagaan: toen mijn oma trouwde, had ze niks meer te zeggen over haar eigen geld. Het is toch niet te geloven dat dat pas iets meer dan 50 jaar geleden is?
1960: de pil komt op de markt
1984: abortuswet
2001: Tampons en maandverband vallen eindelijk onder het lage BTW-tarief van 6%: Dat is toch ongelooflijk? Daarvoor werden ze gezien als luxegoed. Voor mannen misschien ja, maar voor vrouwen lijkt het me duidelijk dat die dingen bittere noodzaak zijn.
Dat dit laatste pas in 2001 is veranderd, geeft aan dat vrouwen nog steeds hun plek moeten bevechten in de huidige samenleving. Armoede feminiseert, nog niet de helft van de vrouwen is financieel zelfstandig en vrouwen krijgen nog steeds, onverklaarbaar, 7% minder betaald voor hetzelfde werk als mannen.
Maar goed, ik raak op een zijspoor. Als je zelf nog ideeën hebt voor de vrouwencanon, dan kan je die hier kwijt. En natuurlijk in de reacties hieronder.
Zelf dacht ik nog aan het niet ontslaan van vrouwen in overheidsdienst op het moment dat ze trouwen (is pas sinds 1957 het geval), aan de eerste vrouwelijk minister in Nederland (Marga Klompé in 1956) en aan de eerste vrouwelijke kamervoorzitter: Jeltje van Nieuwenhoven in 1998.
Jammer dat de eerste vrouwelijke minister-president nog niet in zicht lijkt te zijn...
1. Minder dan de helft (41%) van de vrouwen tussen de 15 en 65 jaar is financieel zelfstandig. Natuurlijk was het voor de vrouwen die wat ouder zijn moeilijker om financieel zelfstandig te worden. (Overigens: van de mensen tussen de 25 en 34 jaar, is het aandeel hoogopgeleide vrouwen hoger dan het aandeel hoogopgeleide mannen.)
Neemt niet weg dat het nog steeds niet veel is. De meeste vrouwen zijn dan ook afhankelijk van hun partner of een uitkering. En aangezien een derde van de huwelijken tegenwoordig stuk loopt, vind ik dat allerminst een wenselijke situatie. Het leidt tot feminisering van de armoede.
2. Vrouwen kiezen zelf om niet of parttime te werken. Is dat werkelijk zo? Overwegingen die daaraan ten grondslag liggen, hebben inderdaad vaak te maken met geld. Zolang in Nederland de "aanrechtsubsidie" nog bestaat, wordt het kostwinnersmodel nog steeds bevoordeeld. Dat beide partners bijvoorbeeld parttime werken, wordt daarmee belastingtechnisch niet aantrekkelijk gemaakt.
Daarnaast spelen de kosten van de kinderopvang een belangrijke rol. Vandaar dat ik ook voor gratis kinderopvang ben; ik vind het een taak van de overheid om te zorgen voor gratis en kwalitatief goede kinderopvang.
Overigens blijkt het moeilijk te zijn om na een aantal jaren voor de kinderen gezorgd te hebben, weer een baan te vinden op je niveau.
In de praktijk komt het erop neer dat er allerlei overwegingen ten grondslag liggen aan die eigen keuze om niet of weinig te werken, die maken dat die keuze weinig vrij is.
De emancipatie van vrouwen is nog lang niet af. Helaas.
Je hebt natuurlijk gelijk dat de gelijktrekking nog niet af is in Nederland, alleen gebruik je een argument dat nergens op slaat. En ik quote:
Over het salaris is natuurlijk niets goeds te zeggen, alleen dat nog niet de helft van de vrouwen financieel verantwoordelijk is, is uiteen te zetten. Ten eerste is het zo dat de baby-boomers vaak als vrouw geen fatsoenlijke opleiding genoten, dit is gefixt en hierover zou ik graag een keer een onderzoeksuitkomst willen zien waarin het enkel over mensen die na 1970 zijn geboren gaat. Nog belangrijker is echter dat veel vrouwen zelf kiezen voor financiele onafhankelijkheid. Veel vrouwen willen graag parttime werken, 'omdat het extra salaris niet nodig is' of omdat ze graag meer tijd bij de kinderen willen zijn. Ook hoor je vaak dat al haar salaris opgaat aan kinderopvang, terwijl er niet wordt gekeken naar de investering in de toekomst omtrent het krijgen van werk nadat de kinderen ouder zijn.
Verder ben ik het wel helemaal met je eens, maar dat argument klopt niet en het gedeelte dat klopt is wel enorm door de korte bocht. Toch schrikwekkend van dat BTW.