Vanochtend bij het ontbijt zat ik lekker de NRC Next te lezen waarin mijn oog viel op een artikel over de toekomstige bouw van de Belle van Zuylen toren in Utrecht. Een architectonisch hoogstandje, wat met 262 meter het hoogste gebouw van Nederland moet worden en vanuit de wijde omgeving te zien moet zijn. Geweldig aldus de projectontwikkelaar. Nou ik dacht het dus niet!
In Nederland hebben we reeds een voorbeeld van een dergelijk losstaand gebouw. Zonder de Tilburgers te willen beledigen, blijft Westpoint een op zichzelf staand gebouw, wat compleet losstaat van zijn omgeving. Op een mooie zomerse dag is het gebouw soms vanuit mijn woonplaats Breda te zien. Waarom vraag ik mij dan af? Het dient geen nut in de omgeving, zorgt nodeloos voor horizonvervuiling en biedt alleen ruimte voor huisvesting voor de hoogste inkomenscategorieën.
Begrijp mij niet verkeerd, ik ben zelf fan van zwaar stedelijke ontwikkeling. Als stadsgeograaf zijn steden als New York, Londen, Parijs een walhalla voor mij. De hoogstedelijke ontwikkeling past immers bij het karakter van deze steden, wat mede komt door de torenhoge grondprijzen. De enige stad in Nederland waarbij dit karakter enigszins past is Rotterdam met haar moderne stedebouw. Dit is ook vanuit de wijde omgeving te zien, maar doordat het een geheel vormt kan dit. Het is geen puist in een vlak landschap zoals de Belle van Zuylen toren wordt.
Nu minister Cramer een commissie gaat instellen die de verrommeling in Nederland moet gaan aanpakken kan zij met dit soort zaken beginnen. Nodeloos haantjes gedrag van architecten en projectontwikkelaars die niet kijken naar gehelen, maar puur naar hun eigen status en portemonnee. Dit moet eindigen, zodat wij weer samenhangende planologische en stedebouwkundige visies gaan krijgen.