Ingediend door Rick Meulensteen op Do, 09/10/2008 - 09:27.
Op 4 juni 2009 vinden de Europese Parlementsverkiezingen plaats. Het belooft een spannende verkiezing te worden voor GroenLinks; met minder zetels voor Nederland moet GroenLinks nu relatief gezien meer stemmen halen dan vijf jaar daarvoor wil GroenLinks hetzelfde zetelaantal houden (2) dan wel vergroten. Al enige tijd is er binnen GroenLinks een programmacommissie druk bezig met het schrijven van het nieuwe Europees Verkiezingsprogramma (het oude programma van 2004 vindt je op http://www.rug.nl/dnpp/verkiezingen/eu-p/2004/gl.pdf). Hiervoor zouden zij graag input willen. Ook DWARS wil graag die input leveren, als kritisch zusje van GroenLinks.
De programmacommissie heeft enkele pittige dilemma's geschreven waar zijzelf niet goed uitkomt. Daarom zijn ze hieronder te vinden. Heb je dé oplossing (of iets dat in de richting kom), laat het dan weten! Je kunt ook per mail je input leveren aan Diederik ten Cate (diederik@dwars.org), de Internationaal Secretaris.
EUROPESE DILEMMA'S
1. Een regionaal model van voedselvoorziening biedt milieuvoordelen (minder intercontinentaal vervoer, behoud nutrientenbalans) en waarborgt voor Europa een hoge mate van voedselzekerheid. Het verkleint ook het risico dat de uitbouw van een multifunctionele landbouw niet alleen gericht op voedselproductie, maar ook op landschapsbehoud, biodiversiteit, dierenwelzijn, waterberging wordt afgeremd doordat Europese boeren moeten concurreren met goedkope importen uit andere werelddelen.
Daar staat tegenover dat een aantal belangrijke ontwikkelingslanden sterk leunt op landbouwexporten voor hun economische groei. Arme ontwikkelingslanden hebben soms niets anders te exporteren dan landbouwproducten. Export - liefst van bewerkte producten - is van belang om de productiviteit van de landbouwsector in deze landen te verhogen. Dat vergroot de regionale voedselzekerheid en stimuleert tegelijk andere economische sectoren.
Duurzame ontwikkeling betekent voor arme landen vooral ontwikkeling. Als zij menen dat de Europese Unie hun kansen daartoe uit handen slaat, door de toegang tot de Europese markt te belemmeren, zullen zij minder snel meewerken aan een mondiale coalitie om het klimaat te redden?
2. Vanuit milieu-oogpunt valt er veel te zeggen voor een Europees verbod op de import van soja. Maar de vraag is of een eenzijdig, juridisch aanvechtbaar importverbod de kap van Amazonewoud voor de sojateelt tot staan brengt. Wordt de soja niet gewoon ge?xporteerd naar landen waar ze geen lastige vragen stellen?
Een convenant tussen producenten, importeurs, milieubeweging en overheden om nog slechts gecertificeerde en traceerbare soja te verhandelen kan een effectievere bescherming van het regenwoud opleveren. Maar dat veronderstelt dat Zuid-Amerikaanse overheden in staat zijn ? of met behulp van klimaatfondsen gestimuleerd kunnen worden ? om hun deel van de afspraken na te komen?
3. Op jacht naar grondstoffen bedrijft China opportunistische geopolitiek in Afrika. Beijing is een aantrekkelijke partner is voor veel Afrikaanse regeringen omdat zij hulp, handel en zelfs wapens biedt zonder lastige vragen te stellen over democratie en mensenrechten. Hoe kan Europa weerwerk bieden zonder haar idealen te verloochenen?
4. Het is moeilijk voorstelbaar dat nieuwe, majeure uitbreidingen van de Europese Unie plaats kunnen vinden zonder volksraadpleging. Frankrijk heeft zelfs in de Grondwet vastgelegd dat over alle toetredingen na Kroatië een (nationaal) referendum wordt gehouden. Een Europees referendum, liefst op initiatief van burgers zelf (correctief), valt te verkiezen, maar wanneer zou het moeten plaatsvinden? Is het fair om voor een kandidaat-lidstaat die na jaren van pijnlijke hervormingen eindelijk een toetredingsverdrag heeft mogen ondertekenen, alsnog de deur dicht te gooien?
5. Het Grondrechtenhandvest benoemt het recht om werk te zoeken in andere EU-landen tot een grondrecht voor EU-burgers. Maar als de inwoners van Turkije vanaf dag één van de Turkse toetreding dat recht zouden krijgen kunnen we het EU-lidmaatschap van Turkije wel vergeten. Is het niet beter om van de vrijmaking van het werknemersverkeer een geleidelijk proces te maken, dat al begint voor de toetreding?
6. Het perspectief op EU-lidmaatschap is een belangrijk instrument voor stabilisering en democratisering van buurlanden, maar tegelijk vraagt Europese democratie om begrenzing van het demos. Kan de Europese Unie zich uitbreiden voorbij de Westelijke Balkan en Turkije ? de huidige toetredingskandidaten - zonder haar democratische en rechtsstatelijke verworvenheden in de waagschaal te stellen? Zo niet, wat kan de EU dan bieden aan Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië en de Zuid-Kaukasus?
7. Gezien de gehechtheid van burgers en politici aan de nationale arrangementen van de verzorgingsstaat, het wantrouwen tegen Brusselse bemoeienis en de onwil om welvaart te delen, is het raadzaam om de verwachtingen op het vlak van Europese sociale wetgeving te temperen. Tegelijk is het nodig dat Brussel zich bemoeit met het sociale beleid: de arbeidsparticipatie moet omhoog. Om de vergrijzing het hoofd te bieden, om te zorgen dat werkenden tijd overhouden voor zorg en ontspanning, maar ook omdat (waardig) werk de sleutel is tot ontplooiing en emancipatie.
Euro-landen die weigeren van anderen te leren bij het terugdringen van de werkloosheid brengen niet alleen hun eigen welvaart en welzijn, maar ook de muntunie in gevaar. Is een Werkpact, waarin de EU-landen harde doelen afspreken voor arbeidsparticipatie maar beleidsvrijheid houden bij de keuze van de instrumenten, de oplossing?
8. Asiel voor vervolgden is een mensenrecht. Migratie voor een beter bestaan nog niet. Binnen de EU is vrij werknemersverkeer, ondanks de overgangstermijnen voor nieuwe toetreders, tot grondrecht gepromoveerd. Op mondiaal niveau is dat onmogelijk omdat de welvaartsverschillen te groot zijn. Een Europees arbeidsmigratiebeleid zou moeten bijdragen aan de verkleining van deze verschillen: meer brain gain dan brain drain door ook niet-kenniswerkers toe te laten; faciliteren van remittances en van de terugkeer van migranten met kennis, kapitaal en contacten teneinde de economische ontwikkeling van herkomstlanden te stimuleren.
Wil zo'n beleid van de grond komen, dan moet ook het Europese belang aanwijsbaar zijn: arbeidsmigranten moeten tekorten vullen op de arbeidsmarkt, zich inspannen voor integratie en niet toetreden tot de groep kanslozen in arme wijken en getto?s. Dit vergt waarschijnlijk dat het verblijfsrecht van arbeidsmigranten en hun toegang tot sociale voorzieningen geleidelijk wordt opgebouwd. Een pijnlijke keuze voor een partij die geneigd is de rechten van migranten zoveel mogelijk op te plussen?