Het DWARS-congres dat aankomend weekend in Rotterdam plaatsvindt heeft als thema ‘vrijheid.’ Toen ik gister van een lijsttrekkersdebat in Den Haag met de trein terug reisde begon ik wat over dit begrip te mijmeren. Om alvast in de stemming te komen, hierbij mijn overpeinzingen.
Het begrip vrijheid is een containerbegrip: je kunt er van alles onder verstaan en het op veel manieren gebruiken. Op het DWARS-voorjaarscongres van een jaar geleden werd een stuk vastgesteld waarin we vrijheid definieerden als het vermogen om je hart te volgen, dat te doen wat je daadwerkelijk gelukkig maakt.
In de filosofie wordt een onderscheid gemaakt tussen positieve vrijheid en negatieve vrijheid. Negatieve vrijheid is vrijheid van dwang: wordt je niet onderdrukt? Kun je gaan en staan waar je wil? En – heel actueel – kun je zeggen en denken wat je wil?
Positieve vrijheid is de vrijheid om iets te kunnen doen: heb je de mogelijkheid om naar school te gaan? Heb je het geld om die mooie villa op het plattenland te kopen of – misschien meer toepasselijk – dat ene huis aan de Amsterdamse grachtengordel?
Voor een progressieve en linkse partij als GroenLinks zijn beide vormen van vrijheid van wezenlijk belang. Zij zijn van wezenlijk belang om het individu in staat te stellen zijn hart te volgen.
Voor zowel liberalen als socialisten was vrijheid het ultieme ideaal. Marx legde de nadruk op ‘bevrijding van het proletariaat.’ De arbeider moest volgens hem vrij worden gemaakt van uitbuiting en onderdrukking. De flirt van de liberalen met het begrip vrijheid is veel algemener bekend. Helaas zie je dat onze enige echte partij voor de vrijheid enkel de nadruk legt op negatieve vrijheid, en dan slechts voor een kleine groep, of - beter gezegd - slechts voor 1 persoon met een wilde blonde haardos. Echt vrijheidslievend is de partij voor de vrijheid dus niet te noemen.
Want een echt en compleet begrip van vrijheid omvat zowel de positieve vrijheid als de negatieve vrijheid. Je kan niet je hart volgen als je er de middelen niet toe hebt, en je kan ook niet je hart volgen als je belemmerd wordt in datgene wat je zou willen doen.
Het begrip vrijheid heeft dus alles te maken met het begrip rechtvaardigheid. En de belangrijkste vraag voor de politiek van de komende tien, twintig jaar, is: hoe definiëren wij die rechtvaardigheid? Of het nou gaat om klimaatverandering, vergrijzing, de economische crisis of de multiculturele samenleving: hoe zorgen we voor rechtvaardigheid, opdat iedereen in staat gesteld wordt zijn hart te volgen en echt vrij te zijn?